The Golden Years 2012

Dit evenement is voorbij. Klik hier voor de komende evenementen.

The Ultimate Sixties Edition

The Golden Years stelt voor de laatste keer een programma samen dat uitsluitend muziek uit de gouden jaren zestig bevat. Liefhebbers van de ‘golden oldies’, reserveer nu uw plaatsen om nog één keer zoveel artiesten uit ‘the sixties’ op het Sportpaleispodium te zien!

Laatste Sixties-programma

Peter Noone van Herman’s Hermits (No Milk Today
The Searchers (Sweets For My Sweet)
The Manfreds (Mighty Quinn)
The Tremeloes (Silence Is Golden)
Dave Berry (This Strange Effect)
Chris Andrews (Yesterday Man)
Dozy Beaky Mick & Tich (Hold Tight)
Chris Montez (Let’s Dance)

Kaarten voor deze avond vol muzikale nostalgie kosten 30, 37,50 en 45 euro.

PETER NOONE van Herman’s Hermits

Peter Noone wordt op 15-jarige leeftijd leadzanger en frontman van Herman & The Hermits, een band uit Manchester die zijn naam algauw omdoopt naar Herman’s Hermits. Met eenvoudige maar heel aanstekelijke muziek worden de eerste successen binnengehaald. In 1964 staat de groep aan de top van de Engelse hitparade met ‘I’m Into Something Good’. Een jaar later wordt in de Verenigde Staten de eerste plaats bereikt met achtereenvolgens ‘Mrs. Brown, You’ve Got A Lovely Daughter’ en ‘I’m Henry VIII, I Am’. ‘No Milk Today’, geschreven door Graham Gouldman van 10cc, en ‘Dandy’, van de hand van Ray Davies van The Kinks, worden in 1966 de bekendste nummers van Herman’s Hermits. Peter Noone verlaat de band in 1971 om zich verder als solozanger en als acteur waar te maken.

THE SEARCHERS

Na The Beatles waren The Searchers de belangrijkste exponenten van de Liverpoolse Merseybeat die in het begin van de jaren zestig de popmuziek een nieuwe wending gaf. Na ‘Sweets For My Sweet’ en ‘Sugar And Spice’ haalden The Searchers een eerste miljoenenverkoop met ‘Needles And Pins’. Daarop nam Mike Pender de leadzang over. De typische kenmerken van The Searchers, zwevende vocale harmonieën en tintelende gitaarpartijen, werden erdoor versterkt en nieuwe hits, waaronder ‘Don’t Throw Your Love Away’, volgden.

THE MANFREDS

Ook de Britse rhythm-‘n-blues- en popband Manfred Mann maakte furore in de jaren zestig. De band droeg de naam van zijn Zuid-Afrikaanse keyboardspeler. In maart 1963 maakten Manfred Mann, Tom McGuinness, Mick Vickers en Mike Hugg hun debuut in de prestigieuze Marquee Club. Met vocalist Paul Jones namen ze hun tweede single ‘Cock-A-Hoop’ op, die de weg opende naar de grote doorbraak met de single ’5,4,3,2,1’ (januari 1964). Manfred Mann zou in totaal 17 hits scoren met de zangers Paul Jones en Mike d’Abo (Mike voegde zich in 1966 bij de groep). De band verwierf zijn grootste bekendheid met songs als ‘Do Wah Diddy Diddy’, ‘Pretty Flamingo’, ‘Sha La La’, ‘Ha Ha Said The Clown’, ‘Mighty Quinn’ en ‘My Name Is Jack’. De originele bandleden Paul Jones, Mike Hugg en Tom McGuinness en het latere groepslid Mike d’Abo treden nu samen met Rob Townsend, Marcus Cliffe en Simon Currie op als The Manfreds en oogsten met beide leadzangers uit de jaren zestig succes op alle podia.

THE TREMELOES

In 1967 beleefden The Tremeloes een miljoenenverkoop van hun hitsingles ‘Here Comes My Baby’, ‘Silence Is Golden’, ‘Even The Bad Times Are Good’ en ‘Be Mine’. Voor drie van de vier Tremeloes ging aan die wereldsuccessen een periode vooraf als begeleidingsgroep van Brian Poole. Ze maakten het mee dat platenfirma Decca hen wél een contract aanbood en de nog onbekende Beatles niet. Met Brian Poole scoorden The Tremeloes de hits ‘Twist And Shout’, ‘Do You Love Me’, ‘Candy Man’ en ‘Someone Someone’. Pas toen Brian Poole solo ging, lieten de echte Tremeloes zich kennen en kon het publiek voluit genieten van de vocale pracht van hun samenzang.

DAVE BERRY

David Grundy ontleende de naam van zijn in 1961 gevormde rock-‘n-rollgroep Dave Berry and The Cruisers aan zijn held Chuck Berry. Het was ook met een cover van Chuck Berry, ‘Memphis Tennessee’, dat hij twee jaar later voor het eerst scoorde. Zijn tweede single was een cover van Elvis Presley, ‘My Baby Left Me’. In 1964 had hij een eerste top 10-hit met ‘The Crying Game’. Een jaar later stond hij eerst in de hitparade met ‘Little Things’, een cover van Bobby Goldsboro, vervolgens met ‘This Strange Effect’, dat nummer 1 werd in België en Nederland. Het nummer was geschreven door Ray Davies van The Kinks. ‘Mama’, een cover van een Amerikaanse hit van B.J. Thomas, was in 1966 zijn volgende Europese succes.

CHRIS ANDREWS

Chris Andrews werkte mee aan de legendarische rock-‘n-roll tv-show ‘Oh Boy!’, deelde in de Hamburgse nachtclub The Star Club de affiche met onder meer The Beatles, Jerry and the Pacemakers, Gene Vincent en Jerry Lee Lewis en was de leadzanger van Chris Ravel and The Ravers, een groep uit het pre-Beatlestijdperk waarmee hij bescheiden successen oogstte. Echt bekend werd hij toen hij nummers begon te schrijven voor Adam Faith en Sandie Shaw. In 1965 werd hij wereldberoemd met het zelf gecomponeerde ‘Yesterday Man’, een song die door de manager van Sandie Shaw was afgewezen. Latere successen waren ‘To Whom It Concerns’ en ‘Pretty Belinda’.

DOZY, BEAKY, MICK & TICH

Ondanks de haast niet uit te spreken groepsnaam, kampeerden Dave Dee Dozy Beaky Mick & Tich tussen december 1965 en mei 1969 niet minder dan 141 weken in de Britse charts met 13 grote hitsingles. Het leverde hen eeuwige roem en uitverkochte tournees in Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Europa op. Alleen al in 1966 stond de groep vijftig weken in de hitlijsten met ‘Hold Tight’, ‘Hideaway’, ‘Bend It’ en ‘Save Me’, singles waarmee ze rockers als Elvis, The Beatles en de Rolling Stones in de schaduw stelden. Na ‘Touch Me Touch Me’ en ‘Zabadak!’ bereikte de groep in 1968 zijn ultieme hoogtepunt met de opzwepende nummer 1-hit ‘Legend Of Xanadu’. In september 1969 verliet Dave Dee de groep. Op 13 december 2008 zou hij weer met de band optreden tijdens The Golden Years, maar vlak voor het vertrek naar Antwerpen werd hij onwel. De overige bandleden traden wel op en de gehospitaliseerde Dave Dee kreeg een staande ovatie. Dave Dee overleed enkele weken later.

CHRIS MONTEZ

Chris Montez, samen met Ritchie Valens het boegbeeld van de Spaanse rockcultuur uit Los Angeles, zat op dezelfde middelbare school als The Beach Boys. Zijn idool Ritchie Valens inspireerde hem om ook zelf platen op te nemen. Na zijn eerste singletjes ‘She’s My Rockin’ Baby’ (1960) en ‘All You Had To Do Was Tell Me’ (1962) scoorde hij zijn eerste en meteen ook grootste hit ‘Let’s Dance’ (1962). Enkele maanden later volgde ‘Some Kinda Fun’ (1963). Toen beide nummers top 10-hits werden in Engeland, besloot Montez om daar op tournee te gaan. Een beginnend groepje, de Beatles, stond er in zijn voorprogramma. Met tegenzin liet Montez de rock-‘n-roll varen toen hij ging samenwerken met Herb Alpert. Die stelde hem een zachtere balladestijl voor en dat legde Chris Montez geen windeieren. In 1966 en 1967 liet hij met ‘The More I See You’, ‘There Will Never Be Another You’, ‘Call Me’, ‘Time After Time’ en ‘Because Of You’ vijf Amerikaanse hits optekenen. Later zou hij nog in Europa furore maken met enkele Spaans- en Engelstalige liedjes, waarvan vooral ‘Ay no digas’ (1973) heel hoog scoorde.

"The Golden Years 2012" werd georganiseerd door The Musical Box

Kalender

Antwerps Sportpaleis

za 08-12-12 / 20:30